Publicatie : 2013-09-05


FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE

 

18 JULI 2013 Wet betreffende de uitoefening door een rechtspersoon van het beroep van landmeter-expert

 


11 MEI 2003. - Wet tot bescherming van de titel en van het beroep van landmeter-expert (1) - (publicatie in B.S. 06/06/2003)

11 MEI 2003. - Wet tot oprichting van federale raden van landmeters-experten (1) - (publicatie in B.S. 06/06/2003)

22 MAART 2004. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de procedure en de termijnen voor de Kamers van de Federale Raden en van de Federale Raden van beroep van de landmeters-experten  (publicatie in B.S. 19/04/2004)

4 JULI 2004. - Koninklijk besluit houdende benoeming van de voorzitters van de Federale Raden en de Federale Raden van beroep van landmeters-experten (publicatie in B.S. 26/07/2004)

15 DECEMBER 2005. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorschriften inzake de plichtleer van de landmeters-experten (publicatie in B.S. 25/01/2006)

25 APRIL 2007. - Koninklijk besluit betreffende de verplichte verzekering voorzien door het koninklijk besluit van 15 december 2005 tot vaststelling van de voorschriften inzake de plichtenleer van de landmeter-expert - publicatie 29/06/2007


Publicatie : 2007-06-29

 

FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG

25 APRIL 2007. - Koninklijk besluit betreffende de verplichte verzekering voorzien door het koninklijk besluit van 15 december 2005 tot vaststelling van de voorschriften inzake de plichtenleer van de landmeter-expert 

ALBERT II, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet 11 mei 2003 tot bescherming van de titel en van het beroep van landmeter-expert, inzonderheid op artikel 8, § 1;
Gelet op het koninklijk besluit van 15 december 2005 tot vaststelling van de voorschriften inzake plichtenleer van de landmeter-expert, inzonderheid op artikel 13;
Gelet op het advies van de Federale Raad van landmeters-experten gegeven op 11 mei 2006;
Gelet op het advies van de Commissie voor Verzekeringen van 13 november 2006;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën gegeven op 9 februari 2007;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 30 maart 2007;
Gelet op advies 42.189/1 van de Raad van State, gegeven op 22 februari 2007, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van Middenstand en van Onze Minister van Economie,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Elke verzekeringsovereenkomst die onderschreven wordt krachtens artikel 13 van het koninklijk besluit van 15 december 2005 tot vaststelling van de voorschriften inzake plichtenleer van de landmeter-expert, bevat waarborgen die ten minste in overeenstemming zijn met de minimumvoorwaarden die bij dit besluit worden bepaald.
Art. 2. De verzekering dekt de burgerlijke aansprakelijkheid voortvloeiend uit de activiteit van landmeter-expert voor zover deze activiteit betrekking heeft op de in België uitgevoerde werken en geleverde prestaties.
Art. 3. Wordt beschouwd als verzekerd, elke natuurlijke persoon die ertoe gemachtigd is het beroep van landmeter-expert uit te oefenen en die in de verzekeringsovereenkomst vermeld staat alsook zijn aangestelden.
Het personeel, de stagiairs en andere medewerkers van een natuurlijke persoon die ertoe gemachtigd is het beroep van landmeter-expert uit te oefenen, worden beschouwd als zijn aangestelden wanneer zij voor zijn rekening handelen.
Art. 4. De dekking in geval van burgerlijke aansprakelijkheid die in de verzekeringsovereenkomst voorzien is, mag per schadegeval niet lager zijn dan :
1° 1.200.000 euro voor de schade voortvloeiend uit lichamelijke letsels;
2° 250.000 euro voor het totaal van de materiële en immateriële schade;
3° 10.000 euro voor de voorwerpen die aan de verzekerde zijn toevertrouwd.
Het bedrag in punt 1° is gekoppeld aan het indexcijfer der consumptieprijzen, met als basisindex deze van de maand die de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad voorafgaat (basis 2004 = 100). De bedragen in de punten 2° en 3° zijn gekoppeld aan de ABEX-index, met als basisindex deze van de maand die de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad voorafgaat.
Art. 5. Mogen enkel uitgesloten worden van de dekking :
1° de schade ingevolge radioactiviteit;
2° de schade voortvloeiend uit lichamelijke letsels ingevolge de blootstelling aan wettelijk verboden producten.
Art. 6. § 1. De verzekeringsonderneming stelt ten laatste op 31 maart van elk jaar aan de Federale Raad van landmeters-experten een elektronische lijst ter beschikking van de landmeters-experten die bij haar een verzekeringsovereenkomst gesloten hebben met vermelding van het ondernemingsnummer alsook de naam van de landmeter-expert, het nummer van de verzekeringspolis en de begin- en einddatum van de verzekeringsdekking.
De verzekeringsonderneming of de landmeter-expert kan een verzekeringsovereenkomst niet opzeggen zonder hiervan de bevoegde Federale Raad van landmeters-experten per aangetekende brief of op gelijkwaardige elektronische wijze te hebben verwittigd, ten laatste 15 dagen voor de inwerkingtreding van de opzegging waarvan hij tegelijkertijd de datum meedeelt.
De verzekeringsonderneming stelt trimesterieel de Federale Raad van landmeters-experten via een elektronische lijst in kennis van de verzekerings-overeenkomsten die ontbonden of geschorst zijn, of waarvan de dekking geschorst werd.
§ 2. De overeenkomst inzake werken of prestaties vermeldt de naam van verzekeringsonderneming van de landmeter-expert, diens polisnummer evenals de coördinaten van de Federale Raad van landmeters-experten dat wordt opgenomen met het oog op het nagaan van de verzekeringsdekking in hoofde van de landmeter-expert.
Art. 7. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2007.
De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op de overeenkomsten van landmeter-experten inzake werken of prestaties gesloten vanaf de inwerkingtreding van dit besluit.
De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op de verzekeringsovereenkomsten, onderschreven krachtens artikel 13 van het koninklijk besluit van 15 december 2005 tot vaststelling van de voorschriften inzake plichtenleer van de landmeter-expert, vanaf de inwerkingtreding van dit besluit. Ze zijn ook van toepassing op de bestaande verzekerings-overeenkomsten die de overeenkomsten over werken of prestaties gesloten vanaf de inwerkingtreding van dit besluit, dekken.
Onverminderd de toepassing van de bepalingen van dit besluit, gaan de verzekeringsondernemingen over tot de formele aanpassing van de verzekeringsovereenkomsten en andere verzekeringsdocumenten aan de bepalingen van dit besluit ten laatste op de datum van wijziging, hernieuwing, verlenging of omvorming van de lopende overeenkomsten.
Art. 8. Onze Minister bevoegd voor Middenstand en Onze Minister bevoegd voor Economie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 25 april 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Economie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Middenstand,
Mevr. S. LARUELLE

ADVIES 42.189/1 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE
De Raad van State, afdeling wetgeving, eerste kamer, op 26 j anuari 2007 door de Minister van Middenstand verzocht haar, binnen een termijn van dertig dag van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit "betreffende de verplichte verzekering voorzien door het koninklijk besluit van 15 december 2005 tot vaststelling van de voorschriften inzake de plichtenleer van de landmeter-expert", heeft op 22 februari 2007 het volgende advies gegeven :
Strekking en rechtsgrond van het ontwerp
1. Artikel 8, § 1, van de wet van 11 mei 2003 tot bescherming van de titel en van het beroep van landmeter-expert bepaalt dat de zelfstandige (1) landmeter-expert verplicht is zich te houden aan de voorschriften inzake de plichtenleer vastgesteld bij koninklijk besluit. Daaraan is uitvoering gegeven bij het koninklijk besluit van 15 december 2005 tot vaststelling van de voorschriften inzake de plichtenleer van de landmeter-expert. In hoofdstuk III van dat koninklijk besluit, dat de artikelen 8 tot 14 omvat, worden de verplichtingen van de landmeter-expert omschreven
Op grond van artikel 1.3 (2) van het voornoemde koninklijk besluit van 15 december 2005 is de landmeter-expert gehouden een verzekeringscontract te sluiten tot dekicing van zijn burgerlijke beroepsaansprakelijkheid, waarvan de algemene basisvoorwaarden en de minimumgaranties in een ander koninklijk besluit zullen worden bepaald, op advies van de Federale raad van de landmeters-experten. Het om advies voorgelegde ontwerp strekt ertoe die algemene basisvoorwaarden en minimumgaranties vast te leggen.
2. Uit het voorgaande blijkt dat de rechtsgrond voor het ontwerp te vinden is in artikel 8, § 1, van de wet van 11 mei 2003. In het eerste lid van de aanhef kan daarom beter specifiek naar artikel 8, § 1, van de wet worden verwezen.
Onderzoek van de tekst
Artikel 4
1. Het is legistiek gebruikelijk de onderdelen van een opsomming aan te geven met 1°, 2°,..., en, wanneer in een onderdeel van een opsomming een verdere opsomming voorkomt, met a), b),... De vermeldingen "a) ", "b) " en "c) " in artikel 4, eerste lid, moeten daarom worden vervangen door "1°", "2°" en "3°".
Eenzelfde opmerking geldt voor artikel 5 van het ontwerp.
(1) Gelet op artikel 5, tweede lid, van de wet, geldt die verplichting eveneens voor de loontrekkende landmeters-experten die hun activiteiten niet uitoefenen onder de verantwoordelijkheid of onder het toezicht van een landmeter-expert die zelf is ingeschreven op het tableau van de Federale raad van landmeters-experten.
(2) Artikel 1.3 treedt in werking op 1 maart 2007 (artikel 25, eerste lid, van het koninklijk besluit van 15 december 2005, zoals gewijzigd bi .j het koninklijk besluit van 17 oktober 2006).
2. Aangezien in lopende tekst munteenheden bij voorkeur voluit worden geschreven, vervange men in het eerste lid het teken " euro " telkens door het woord "euro".
3. Gelet op het bepaalde in artikel 190 van de Grondwet vervange men het woord "publicatie" in de Nederlandse tekst van het tweede lid van artikel 4 telkens door het woord "bekendmaking".
Artikel 5
Aangezien het ontwerp minimumvoorwaarden bevat waaraan de verzekeringsovereenkomsten dienen te voldoen en de gemachtigde van de regering heeft bevestigd dat het om een limitatieve opsomming gaat, kan de inleidende zin van artikel 5 beter als volgt luiden :
« Mogen enkel uitgesloten worden van de dekking :".
Artikel 6
1. In de Nederlandse tekst van artikel 6, § 1, tweede lid, zou in plaats van het woord "ontbinden" beter het woord "opzeggen" worden gebruikt, dat beter weergeeft wat wordt bedoeld.
2. Verder in het tweede lid wordt bepaald dat de Federale raad van landmeter-experten "per aangetekende brief of op elektronische wijze" moet worden verwittigd binnen een termijn van 15 dagen. Waar een aangetekende verzending bijzondere waarborgen biedt, inzonderheid wat het tijdstip betreft waarop de verzending gebeurt, is dit niet steeds het geval voor een verwittiging "op elektronische wijze". De stellers van het ontwerp zullen deze bepaling vanuit het oogpunt van de rechtszekerheid moeten herbekijken. Er kan eventueel een beroep worden gedaan op elektronische verzendingswijzen die zekere waarborgen bieden of er kan in het algemeen worden bepaald dat de verwittiging ook "op gelijkwaardige elektronische wijze" kan gebeuren.
3. In de Nederlandse tekst van artikel b, § 2, van het ontwerp wordt de foute term "architectuurovereenkomst" gebruikt, terwijl het ontwerp betrekking heeft op de landmeter-expert. In de Franse tekst van het ontwerp wordt gewag gemaakt van het "contrat de travaux ou de prestations" (zie ook artikel 7, tweede lid), terwijl een landmeter-expert diensten verleent. Vraag is dan ook wat wordt bedoeld met de verwijzing naar "travaux".
Voorts dient in de Nederlandse tekst van de betrokken paragraaf te worden geschreven "de naam van de verzekeringsonderneming".
Artikel 7
Om taalkundige redenen dient in de Nederlandse tekst van het tweede en het derde lid van artikel 7 het woord "afgesloten" vervangen te worden door het woord "gesloten".
De kamer was samengesteld uit :
De heren :
M. VAN Damme, kamervoorzitter;
J. B Hert en W. Van V Aerenbergh, staatsraden;
M. Rigaux en M. Tison, assessoren van de afdeling wetgeving;
Mevr. A. Beckers, griffier.
Het verslag werd uitgebracht door Mevr. G. Scheppers, auditeur.
(...)
De griffier,
A. Beckers.
De voorzitter,
M. Van Damme.

15 DECEMBER 2005. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorschriften inzake de plichtleer van de landmeters-experten (publicatie in B.S. 25/01/2006)

 

ALBERT II, Koning der Belgen,


Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, inzonderheid op artikel 2, gewijzigd bij de wet van 10 augustus 1998, en op artikel 11, § 7, gewijzigd bij de wet van 10 augustus 1998;

Gelet op de wet van 11 mei 2003 tot bescherming van de titel en van het beroep van landmeter-expert, inzonderheid op artikel 8, § 1;

Gelet op het koninklijk besluit van 11 juni 1993 inzake de samenstelling, de organisatie, de werking en de onafhankelijkheid van de cel voor financiële informatieverwerking, inzonderheid op artikel 12, § 2, derde lid, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 augustus 1998, 4 februari 1999 en 21 september 2004;

Gelet op het advies van de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de K.M.O., verleend op 25 maart 2004;

Gelet op advies 38.095/3 van de Raad van State, gegeven op 23 februari 2005;

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Binnenlandse zaken en Onze Minister van Middenstand,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° wet tot bescherming van de titel en van het beroep : de wet van 11 mei 2003 tot bescherming van de titel en van het beroep van landmeter-expert;
2° wet tot oprichting van federale raden : de wet van 11 mei 2003 tot oprichting van federale raden van landmeters-experten;
3° de federale raad : de federale raad van de landmeters-experten, voorzien in de wet tot oprichting van federale raden;
4° de federale raad van beroep : de federale raad van beroep van de landmeters-experten, voorzien in de wet tot oprichting van federale raden;
5° de kamers : de Franstalige en Nederlandstalige kamers die de federale raad van landmeters-experten vormen, als bedoeld in artikel 2 van de wet tot oprichting van federale raden;
6° de kamers van beroep : de Franstalige en Nederlandstalige kamers die de federale raad van beroep van landmeters-experten vormen, als bedoeld in artikel 5 van de wet tot oprichting van federale raden;
7° de landmeter-expert : de landmeter-expert ingeschreven op het tableau van de beoefenaars van het beroep als bedoeld in artikel 3 van de wet tot oprichting van federale raden, zowel als zelfstandige of als werknemer als bedoeld in artikel 5, tweede lid van de wet tot bescherming van de titel en het beroep;
8° het tableau van de beoefenaars van het beroep : het tableau als bedoeld in artikel 3 van de wet tot oprichting van federale raden.

Art. 2. De voorschriften van plichtenleer bestaan uit het geheel van regels opgesomd in dit besluit, die de landmeter-expert bij de uitoefening van zijn beroep dient na te leven.

Art. 3. De landmeter-expert moet zijn beroep bekwaam, eerlijk en waardig uitoefenen. Hij dient over de nodige onafhankelijkheid, onpartijdigheid, wils- en beoordelingsvrijheid te beschikken, om zijn beroep uit te oefenen volgens de voorschriften van dit besluit. Hij dient er tevens over te waken dat diezelfde vereisten nageleefd worden door zijn medewerkers.

HOOFDSTUK II. - De landmeter-expert en de federale raad

Art. 4. De landmeter-expert is gehouden tot betaling van het jaarlijks inschrijvingsgeld bepaald overeenkomstig artikel 4, § 4, van de wet tot bescherming van de titel en van het beroep, binnen de door de federale raad voorziene termijn.

Art. 5. De landmeter-expert is gehouden de federale raad bij aangetekende brief te verwittigen binnen dertig dagen, wanneer hij, in het kader van de uitoefening van het beroep, een rechtsvordering heeft ingesteld tegen een confrater ingeschreven op het tableau van de beoefenaars.

Art. 6. De landmeter-expert is gehouden aan de federale raad alle gegevens te verstrekken die deze hem vraagt, om die raad in staat te stellen zijn wettelijke bevoegdheden uit te oefenen.

Art. 7. Indien de beroepsactiviteit wordt uitgeoefend in het kader van een vennootschap, worden de statuten van deze vennootschap aan de federale raad medegedeeld. Deze statuten mogen geen enkele bepaling bevatten die strijdig is met de deontologische regels.

HOOFDSTUK III. - De verplichtingen van de landmeter-expert

Art. 8. De landmeter-expert onthoudt zich van alle gedragingen of houdingen die de reputatie van het beroep kunnen schaden. Hij geeft niet toe aan enige invloed of druk van welke aard ook en hij zal zijn neutraliteit behouden. Hij moet zich houden aan de regels van eerbaarheid en waardigheid en daarbij zijn morele en intellectuele integriteit behouden. In dit verband onthoudt hij zich van alle handelingen, stappen of verbintenissen die daaraan afbreuk kunnen doen en met name van alle verzoeken of voorstellen aan eventuele gemachtigden, opdrachtgevers, of welke andere tussenpersonen ook met het aanbod van of ontvangen van commissielonen, kortingen op erelonen of voordelen van welke aard ook.
Hij verbindt zich ertoe alle opdrachten te weigeren en alle mandaten over te dragen die de onafhankelijkheid van zijn beroepspraktijk of de naleving van de deontologie in het gedrang brengen.
Hij mag geen enkel persoonlijk belang hebben, direct of indirect, in de door hem behandelde dossiers en zaken.
Hij moet zich onbevoegd verklaren wanneer hij acht dat zijn onpartijdigheid kan worden betwist.

Art. 9. Voorzover het belang van de opdracht het rechtvaardigt, zorgt de landmeter-expert ervoor dat hij een schriftelijke bevestiging verkrijgt waarin de uitvoeringsvoorwaarden van die opdracht zijn vastgelegd.
Bij een opdracht die valt onder artikel 3 van de wet tot bescherming van de titel en van het beroep, wijst de landmeter-expert er de partijen op tegensprekelijke wijze op dat zij het recht hebben om zich te laten vertegenwoordigen.
De landmeter-expert verbindt zich ertoe geen handelingen of daden te stellen die de illegale uitoefening van het beroep rechtstreeks of onrechtstreeks in de hand werken.

Art. 10. De landmeter-expert moet alle documenten en stukken die toebehoren aan zijn cliënt aan die cliënt overhandigen wanneer deze daarom verzoekt.

Art. 11. De erelonen van de landmeter-expert worden bepaald op basis van de aard, het belang, de complexiteit, de omvang en draagwijdte van de opdracht, rekening houdend met zijn bijzondere bekwaamheden, zijn bekendheid en de algemene kosten.
De erelonen moeten hem in staat stellen het beroep eervol, waardig en onafhankelijk uit te oefenen.
De landmeter-expert mag op geen enkele wijze commissies of andere voordelen ontvangen of laten toekennen die betrekking hebben op zijn opdrachten.

Art. 12. De landmeter-expert is op professioneel gebied persoonlijk burgerlijk aansprakelijk, overeenkomstig het gemeen recht en de contractuele aansprakelijkheid.
Hij draagt eveneens deze aansprakelijkheid bij elke beroepsuitoefening in het kader van de activiteiten van één of meerdere rechtspersonen.

Art. 13. De landmeter-expert is gehouden een verzekeringscontract te sluiten tot dekking van zijn burgerlijke beroepsaansprakelijkheid. De algemene basisvoorwaarden en de minimumgaranties waaraan de verzekeringscontracten moeten voldoen, worden bepaald door de Koning, op advies van de federale raad.
Op verzoek van de federale raad, zal hij het afsluiten van dit verzekeringscontract aantonen door voorlegging van een attest.

Art. 14. De landmeter-expert is gehouden zich op de hoogte te houden van de evolutie van de wetgeving, technieken en regels die betrekking hebben op de uitoefening van zijn beroep, door deel te nemen aan voortgezette opleidingen, van ten minste twintig uur per jaar, die erkend zijn door de federale raad. De Minister die de Middenstand onder zijn bevoegdheid heeft, kan het verplicht aantal uren wijzigen op advies van de federale raad.

HOOFDSTUK IV. - De landmeter-expert en zijn confraters

Art. 15. De landmeter-expert moet zijn confraters met respect en hoffelijkheid behandelen.
Hij gedraagt zich in alle omstandigheden collegiaal en loyaal.
Hij onthoudt zich van alle daden van oneerlijke concurrentie, van alle rechtstreekse of onrechtstreekse stappen en handelingen die een confrater in diskrediet kunnen brengen of uitsluiten.

Art. 16. Behalve akkoord tussen confraters, kan de landmeter-expert die een confrater moet opvolgen in de afhandeling van een opdracht, deze maar aanvaarden na zich bij hem of zijn rechthebbenden te hebben vergewist dat hij zijn erelonen en kosten heeft ontvangen. Indien deze niet ontvangen zijn, kan de federale raad op schriftelijk verzoek hem toestemming geven om de opdracht over te nemen.
De voorganger moet aan de cliënt of aan de confrater die hem opvolgt, alle documenten die toebehoren aan de cliënt en alle documenten die vallen onder de wederzijdse collegiale hulp overhandigen.

HOOFDSTUK V. - Het beroepsgeheim

Art. 17. Onverminderd de wettelijke verplichtingen opgelegd aan de landmeter-expert om zich te houden aan het beroepsgeheim overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek, is hij ook gebonden door een discretieplicht.
Bovendien moet hij erop toezien dat ook zijn medewerkers zich aan die regels houden.
Die discretieplicht houdt de geheimhouding in van de gegevens die hem uitdrukkelijk of stilzwijgend werden toevertrouwd in zijn hoedanigheid van landmeter-expert of die verband houden met feiten van vertrouwelijke aard die hij heeft vastgesteld in het kader van de uitoefening van zijn beroep.
Er kan evenwel geen inbreuk op de tuchtregels inzake de discretieplicht aan de landmeter-expert ten laste worden gelegd :
1° indien hij opgeroepen wordt om voor de rechtbank te getuigen;
2° indien de wettelijke bepalingen hem verplichten om alle of een deel van die informatie bekend te maken;
3° bij de uitoefening van zijn persoonlijke verdediging in gerechts- of tuchtzaken;
4° indien zijn cliënt, voor zover het gaat om een zaak die deze aanbelangt, de discretieplicht uitdrukkelijk opheft.

HOOFDSTUK VI. - De beroepsactiviteiten en onverenigbaarheden

Art. 18. Tot de bevoegdheid van de landmeter-expert behoren volgende activiteiten :
1° de activiteiten bedoeld in artikel 3 van de wet tot bescherming van de titel en van het beroep;
2° onroerende eigendom, publiek of privaat, bebouwd of onbebouwd, bovengronds of ondergronds, identificeren, afbakenen, opmeten en schatten, evenals de werken die erop uitgevoerd worden, en met de registratie ervan en met die van de eraan verbonden zakelijke rechten;
3° het uitoefenen van de gereglementeerde activiteiten van de vastgoedmakelaar, in toepassing van artikel 4,1° van het koninklijk besluit van 6 september 1993 tot bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van het beroep van vastgoedmakelaar. Voor deze activiteiten is de landmeter-expert gehouden de regels van de plichtenleer zoals vastgesteld door het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars, hierna 'Instituut' genoemd, te respecteren. De controle op het naleven van deze regels en van de artikelen 4 tot 19 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme wordt echter uitgevoerd door de federale raad of de federale raad van beroep.
De Uitvoerende Kamer van het Instituut wordt ingelicht omtrent de definitieve tuchtsancties die uitgesproken worden in het kader van de gereglementeerde vastgoedactiviteiten.
Het is een landmeter-expert die het voorwerp is van een schorsing of een schrapping vanwege het Instituut, verboden vastgoedactiviteiten uit te oefenen als landmeter, ingeschreven op de federale raad, tot het einde van de sanctie.
De landmeter-expert dient voorafgaandelijk aan de uitoefening van de gereglementeerde activiteiten van vastgoedmakelaar, de Federale Raad hierover in te lichten en zijn bijdrage te storten aangaande de werkingskosten van de cel voor financiële informatieverwerking. Hij informeert de Federale Raad onmiddellijk bij stopzetting van zijn gereglementeerde activiteiten als vastgoedmakelaar.

Art. 19. Wordt beschouwd als onverenigbaar met het beroep, de uitoefening van iedere activiteit, al dan niet bezoldigd, die afbreuk kan doen aan de onafhankelijkheid, de integriteit en de waardigheid van de landmeter-expert.

Art. 20. Onverminderd de onverenigbaarheden bepaald in de regels inzake de uitoefening van andere beroepen, geven de volgende activiteiten aanleiding tot het ontstaan van een belangenconflict, een onverenigbaarheid of een geval van oneerlijke mededinging, in de zin van artikel 4, § 3, van de wet tot bescherming van de titel en van het beroep :
1° een opdracht aanvaarden, over de welke hij dient te beslissen of te adviseren in de uitoefening van een ander beroep of functie;
2° het behandelen van privé-zaken die verband houden met de activiteit van landmeter-expert, tegelijkertijd met activiteiten onder een statuut, contract of mandaat van openbaar belang;
3° gebruik maken van voorrechten, voordelen of diensten ten nadele van de staatskas, in brede zin;
4° morele druk uitoefenen op de burger of enig andere opdrachtgever, ten persoonlijke titel, via publieke structuren, om rechtstreeks of onrechtstreeks opdrachten te bekomen in zijn voordeel;
5° gebruik maken van zijn functie onder statuut, contract of publiek mandaat met het oog om privé-cliënteel te verwerven;
6° zich bedienen van goederen en informatie of van welke andere gegevens ook die behoren tot een openbare dienst of openbaar belang;
7° behalve mits akkoord tussen alle partijen, tussenkomen bij elke opdracht waarbij hij persoonlijk of door gebonden te zijn als ondergeschikte of door verwantschap tot de tweede graad belanghebbende is.

HOOFDSTUK VII. - De informatie aan het publiek

Art. 21. De landmeter-expert mag aan alle personen die dit vragen, nuttige informatie verstrekken over zijn beroepsactiviteiten, zijn bekwaamheden, zijn referenties, diensten en erelonen. Het is hem verboden om zich onrechtmatig bepaalde titels of bekwaamheden toe te meten.
Wanneer de landmeter-expert gebruik maakt van persoonlijke, individuele of gemeenschappelijke publiciteit om het publiek in te lichten over de beroepsactiviteit van landmeter-expert, dan moet die informatieverstrekking met mate en correct uitgevoerd worden.

Art. 22. Onverminderd de informatieplicht opgelegd bij andere wettelijke of reglementaire bepalingen, bevatten de door de landmeter-expert ondertekende documenten de volgende gegevens :
1° naam en voornaam;
2° de vermelding « landmeter-expert, beëdigd door de Rechtbank van Eerste Aanleg van »;
3° het inschrijvingsnummer op het tableau van beoefenaars.

HOOFDSTUK VIII. - Slotbepalingen

Art. 23. Artikel 2, eerste lid, 17°, van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, gewijzigd door de wet van 12 januari 2004, wordt vervangen als volgt :
« 17° de vastgoedmakelaars als bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 6 september 1993 tot bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van het beroep van vastgoedmakelaar, die activiteiten uitoefenen als bedoeld in artikel 3 van hetzelfde besluit, en de landmeters-experten ingeschreven op het tableau als bedoeld in artikel 3 van de wet van 11 mei 2003 tot oprichting van federale raden van landmeters-experten, wanneer zij gereglementeerde activiteiten van vastgoedmakelaar uitoefenen in toepassing van artikel 4, 1°, van bovenvermeld koninklijk besluit van 6 september 1993 ».

Art. 24. In artikel 12, § 2, derde lid, van het koninklijk besluit van 11 juni 1993 inzake de samenstelling, de organisatie, de werking en de onafhankelijkheid van de cel voor financiële informatieverwerking, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 augustus 1998, van 4 februari 1999 en 21 september 2004, worden de woorden « de landmeters-experten, » ingevoegd tussen de woorden « door de vastgoedmakelaars, » en de woorden « de gerechtsdeurwaarders, » en de woorden « de federale raad van landmeters-experten, » ingevoegd tussen de woorden « van vastgoedmakelaars, » en de woorden « de Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders ».

Art. 25. Artikel 13 treedt in werking op de eerste dag van de zevende maand na de inwerkingtreding van dit besluit.
Artikel 14 treedt in werking op de eerste dag van de maand januari van het jaar na dat waarin dit besluit in werking is getreden.

Art. 26. Dit besluit treedt in werking op een door de Minister die de Middenstand onder haar bevoegdheid heeft, te bepalen datum, en uiterlijk op 31 maart 2006.

Art. 27. Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en Onze Minister bevoegd voor Middenstand zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 15 december 2005.

ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Middenstand,
Mevr. S. LARUELLE. 

4 JULI 2004. - Koninklijk besluit houdende benoeming van de voorzitters van de Federale Raden en de Federale Raden van beroep van landmeters-experten (publicatie in B.S. 26/07/2004)

ALBERT II, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 11 mei 2003 tot oprichting van federale raden van landmeters-experten, inzonderheid op de artikelen 2 en 5;

Gelet op het koninklijk besluit van 22 maart 2004 tot vaststelling van de procedure en de termijnen voor de Kamers van de Federale Raden en van de Federale Raden van beroep van de landmeters-experten;

Op de voordracht van Onze Minister van Middenstand,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1. Wordt benoemd, voor een termijn van zes jaar ingaande op 1 oktober 2004, tot voorzitter van de Nederlandstalige Kamer van de Federale Raad van landmeters-experten, de Heer Rudi LECOUTRE, advocaat aan de balie te Antwerpen.

Art. 2. Wordt benoemd, voor een termijn van zes jaar ingaande op 1 oktober 2004, tot voorzitter van de Franstalige Kamer van de Federale Raad van landmeters-experten, de Heer Bernard DOZIN, advocaat aan de balie te Namen.

Art. 3. Wordt benoemd, voor een termijn van zes jaar ingaande op 1 oktober 2004, tot voorzitter van de Nederlandstalige Kamer van de Federale Raad van beroep van landmeters-experten, Mevr. Françoise DE CROO - DESGUIN, advocaat aan de balie van Oudenaarde.

Art. 4. Wordt benoemd, voor een termijn van zes jaar ingaande op 1 oktober 2004, tot voorzitter van de Franstalige Kamer van de Federale Raad van beroep van landmeters-experten, de Heer Frédéric LAPOTRE, advocaat aan de balie van Brussel.

Art. 5. Onze Minister van Middenstand is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 4 juli 2004.

ALBERT

Van Koningswege :

De Minister van Middenstand,

Mevr. S. LARUELLE

5


22 MAART 2004. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de procedure en de termijnen voor de Kamers van de Federale Raden en van de Federale Raden van beroep van de landmeters-experten  (publicatie in B.S. 19/04/2004)

ALBERT II, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 11 mei 2003 tot bescherming van de titel en van het beroep van landmeter-expert, inzonderheid op artikel 14;

Gelet op de wet van 11 mei 2003 tot oprichting van federale raden van landmeters-experten, inzonderheid op de artikelen 2, 5de lid, 5, 8ste lid en artikel 6;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 27 juni 2003;

Gelet op het advies nr. 35.903/3 van de Raad van State, gegeven op 22 december 2003;

Op de voordracht van Onze Minister van Middenstand,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

I. Inwerkingtreding

Artikel 1. De wetten van 11 mei 2003 tot bescherming van de titel en van het beroep van landmeter-expert en tot oprichting van federale raden van landmeters-experten, alsook het huidig koninklijk besluit treden in werking op 1 oktober 2004.

II. Gemeenschappelijke bepalingen van de Federale Raad en de Federale Raad van Beroep

Art. 2. De Federale Raden houden zitting in de lokalen van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie. Wanneer dit noodzakelijk is kan de voorzitter van een Raad beslissen om op een andere plaats zitting te houden.

Art. 3. De Raden beraadslagen slechts rechtsgeldig als de voorzitter of zijn plaatsvervanger en twee werkende assessoren of hun plaatsvervangers aanwezig zijn.
De zittingen van de Raden zijn niet openbaar.
De beslissingen worden genomen bij meerderheid van stemmen.
Overeenkomstig de artikelen 2, tweede lid, en 5, tweede lid, van de wet van 11 mei 2003 tot oprichting van federale raden van landmeters-experten, is bij staking van stemmen de stem van de voorzitter doorslaggevend.
De voorzitter leidt de zittingen, hij opent ze en heft ze op, verleent en ontleent het woord en sluit de besprekingen en de beraadslagingen af.

Art. 4. De Raden doen uitspraak bij een met redenen omklede beslissing.

Art. 5. De Raden kunnen getuigen verhoren, expertises gelasten en alle nodige onderzoeksmaatregelen treffen. Zij kunnen eveneens hun leden belasten met die taken.

Art. 6. Eenieder die partij is in een zaak die wordt voorgelegd aan een Raad heeft recht van wraking in de gevallen bepaald bij artikel 828 van het Gerechtelijk Wetboek.

Art. 7. De partij die een lid van een Raad wil wraken, moet dit doen voordat enig verweermiddel wordt aangevoerd en moet de redenen ervan uiteenzetten bij een ondertekende akte die bij ter post aangetekende brief aan de griffier van de bevoegde Raad wordt gericht. De akte van wraking wordt onmiddellijk meegedeeld aan het gewraakte lid.
Dat lid stelt binnen twee dagen de griffier schriftelijk in kennis van zijn instemming of zijn met redenen omklede weigering. De Raad doet uitspraak over het verzoek tot wraking.

Art. 8. De definitieve uitspraken van schorsing of van schrapping worden bij de procureur-generaal bij het bevoegde Hof van beroep aangegeven door de griffier van de betrokken Raad.

III. De Federale Raad

Afdeling 1. - Inschrijvingsprocedure

Art. 9. De aanvraag om inschrijving op het tableau van de beoefenaars wordt bij ter post aangetekende brief toegezonden aan de griffier van de Federale Raad.

Art. 10. Geen enkele aanvraag mag worden verworpen zonder dat de aanvrager gehoord werd of opgeroepen bij ter post aangetekend schrijven. De oproeping moet minimum veertien dagen vóór de datum van de zitting aan de aanvrager worden betekend.
De aanvrager kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan.
Wanneer hij niet vertegenwoordigd is door een advocaat dient het mandaat schriftelijk te zijn.
De Raad kan de persoonlijke verschijning bevelen.

Art. 11. De beslissingen aangaande de inschrijving moeten binnen zestig dagen na ontvangst van een volledig aanvraagdossier worden betekend bij ter post aangetekende brief.

Art. 12. De lijst van de ingeschreven landmeters-experten, bijgehouden door de Federale Raad, wordt gepubliceerd op de internetsite van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.

Art. 13. De lijst van de ingeschreven landmeters-experten vermeldt de namen en de voornamen van alle opgenomen landmeters-experten, de datum van hun eerste inschrijving of, in geval van eerdere schrapping, de datum van herinschrijving, de woonplaats en de zetel van de professionele activiteit. De gehuwde vrouwen, die de naam van hun echtgenoot aanwenden, kunnen op hun verzoek eveneens vermeld worden onder deze naam, doch met verwijzing naar hun meisjesnaam, waaronder de andere informatie is opgenomen.
Wanneer een op de lijst opgenomen persoon verzoekt om zijn schrapping, wordt deze geregistreerd op de eerstvolgende vergadering van de Federale Raad, met dien verstande dat de schrapping van kracht zal zijn vanaf de datum van het verzoek.

Afdeling 2. - Tuchtprocedure

Art. 14. De voorzitter van de Federale Raad, ingelicht over een tekortkoming of bij wie een klacht in tuchtzaken of een geschil inzake erelonen aanhangig is gemaakt, kan een werkend of plaatsvervangend lid van de Raad aanwijzen om de zaak te onderzoeken. Dat lid brengt verslag uit aan de voorzitter.
De verslaggever kan worden gehoord door de Raad; hij neemt niet deel aan de beraadslagingen.

Art. 15. De betrokken personen worden, ten minste dertig dagen vóór de datum van de vergadering, bij ter post aangetekende brief uitgenodigd om te verschijnen. Tijdens die termijn moet het tuchtdossier ter beschikking van de betrokkene worden gelaten.
Zij kunnen zich laten vertegenwoordigen of bijstaan.
Wanneer zij niet vertegenwoordigd zijn door een advocaat, dient het mandaat schriftelijk te zijn.

Art. 16. De beslissingen in tuchtzaken of inzake erelonen moeten worden betekend binnen vijftien dagen na de uitspraak. In tuchtzaken gaat deze betekening vergezeld van alle nuttige inlichtingen, betreffende de termijnen en de regels inzake het beroep. Ontbreken die inlichtingen, dan is de betekening nietig.

IV. De Federale Raad van Beroep

Art. 17. Het beroep, ondertekend door degene die het instelt, wordt gericht aan de griffier van de Federale Raad van Beroep en wordt met een aangetekende brief opgestuurd.
Het beroep heeft schorsende kracht; het moet worden ingediend binnen de dertig dagen na de kennisgeving van de beslissing van de Federale Raad.
Het bewijs voor de datum van de indiening van het beroep wordt geleverd door de datum van de poststempel.

Art. 18. Dadelijk na ontvangst van het beroep schrijft de griffier het in, in een daartoe aangelegd register onder een volgnummer en vraagt hij aan de griffier van de Federale Raad hem het dossier mee te delen.

Art. 19. Elke week stuurt de griffier naar de voorzitter de lijst van de zaken waarvoor nog geen zitting is vastgesteld. De voorzitter legt de datum vast waarop de aan de Federale Raad van Beroep voorgelegde zaken zullen worden onderzocht.

Art. 20. De griffier roept de voorzitter en de werkende assessoren van de Federale Raad van Beroep op voor de vastgestelde zitting. Als een werkend lid verhinderd is, roept de griffier de plaatsvervanger op.
De griffier roept de partijen ten minste tien dagen voor de zitting op bij ter post aangetekende brief en duidt de plaats, de dagen en de uren aan waarop het dossier kan worden geraadpleegd.
Bij tuchtzaken wordt de termijn op dertig dagen gebracht.
De inzage gebeurt ter plaatse in het bijzijn van de griffier.
De personen die gemachtigd zijn de appellant bij te staan of te vertegenwoordigen mogen hem eveneens bijstaan of vertegenwoordigen bij de inzage van het dossier.

Art. 21. De beslissingen worden met redenen omkleed en vermelden :
1° de volledige identiteit van de partijen, en in voorkomend geval, die van de persoon die ze vertegenwoordigt of bijstaat;
2° de datum van oproeping van de partijen, alsmede hun eventuele aanwezigheid;
3° de naam en voornaam van de leden van de Federale Raad van Beroep die hebben deelgenomen aan de beraadslaging;
4° de datum van de uitspraak.
De beslissingen worden binnen de zestig dagen nadat het beroep werd ingediend met een aangetekende brief ter kennis gebracht aan de aanvrager.

Art. 22. De beslissing wordt bij verstek gewezen ten opzichte van de partij die na de oproeping haar middelen niet schriftelijk heeft uiteengezet, noch op de zitting is verschenen of vertegenwoordigd is geweest.
Een bij verstek gewezen beslissing in tuchtzaken is vatbaar voor verzet. Dit verzet moet met een aangetekende brief betekend worden. Uiterlijk de dertigste dag na die waarop het afschrift van de beslissing is ontvangen, dient die brief te worden verzonden.
De partij die verzet aantekent en die een tweede maal in gebreke blijft kan niet opnieuw verzet aantekenen.

V. Slotbepalingen

Art. 23. De in dit besluit vermelde termijnen worden berekend overeenkomstig de artikelen 48 tot 57 van het Gerechtelijk Wetboek.

Art. 24. Onze Minister van Middenstand is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 maart 2004.

ALBERT

Van Koningswege :

De Minister van Middenstand,

S. LARUELLE

Opmerking: De Federale Raden van de Landmeters-Experten moeten tegen 1 oktober 2004 in werking treden

5


11 MEI 2003. - Wet tot bescherming van de titel en van het beroep van landmeter-expert (1) - (publicatie in B.S. 06/06/2003)

(Wijziging van Artikel 2, 1°, d/ - in de Kaderwet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 28/07/2006 - artikel 177 - blz 36978 - http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article.pl)

ALBERT II, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :

HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling

Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

HOOFDSTUK II. - Over de titel en het beroep van landmeter-expert

Art. 2. Niemand mag het beroep van landmeter-expert uitoefenen of de beroepstitel voeren van landmeter-expert, of enige andere titel die de indruk zou geven dat hij het beroep van landmeter-expert uitoefent, indien hij niet aan de volgende voorwaarden voldoet :
1° houder zijn van een der hiernavolgende titels :
a) een diploma van landmeter, of van meetkundige of van meetkundige-schatter van onroerende goederen uitgereikt, naargelang van het geval, ter uitvoering van de koninklijke besluiten van 31 juli 1825 houdende bepalingen nopens de uitoefening van het beroep van landmeter, van 1 december 1921 dat betrekking heeft op wijzigingen aan de beschikkingen, rakende de uitoefening van het beroep van landmeter, van 18 mei 1936 dat betrekking heeft op wijzigingen aan de bepalingen betreffende het uitoefenen van het beroep van meetkundige-schatter van onroerende goederen of van het Regentsbesluit van 16 juni 1947 dat betrekking heeft op de enige proef, ingesteld ten behoeve van zekere gediplomeerden, ter verkrijging van het diploma van meetkundige-schatter van onroerende goederen;
b) een diploma van licentiaat in de wetenschappen, groep aardrijkskunde, optie landmeetkunde; een diploma van licentiaat in de geometrologie;
c) een diploma van industrieel ingenieur bouwkunde, optie landmeetkunde;
d) een diploma van gegradueerde « landmeter-expert vastgoed » of van gegradueerde « bouwkunde en vastgoed, optie opmeten », aangevuld met een getuigschrift van slagen voor de geïntegreerde proef voor uitreiking van de titels van meetkundige-schatter van onroerende goederen;
e) een universitair diploma of een diploma van universitair niveau of van het technisch hoger onderwijs, verenigbaar met de uitoefening van het beroep van landmeter-expert, erkend door de Koning, na advies van de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen;
f) een diploma dat gelijkwaardig is aan een der bovenvermelde akten en dat uitgereikt is door een examencommissie van de Staat of van een Gemeenschap;
g) een diploma, uitgereikt door elke andere instelling van vergelijkbaar niveau en erkend door de Koning, na advies van de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de K.M.O.;
h) 1. een diploma voorgeschreven door een andere Lidstaat van de Europese Gemeenschap of een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna « Staat » genoemd, om tot het beroep van landmeter op zijn grondgebied te worden toegelaten of om er dat beroep uit te oefenen, en dat in een Staat werd behaald.
Onder diploma wordt verstaan :
alle diploma's, getuigschriften en andere titels dan wel elk geheel van dergelijke diploma's, getuigschriften en andere titels :
- afgegeven door een bevoegde autoriteit in een Staat;
- waaruit blijkt dat de titularis met succes een postsecundaire studiecyclus van ten minste drie jaar of een gelijkwaardige deeltijdstudie heeft gevolgd aan een universiteit of een instelling voor hoger onderwijs of een andere instelling van gelijkwaardig opleidingsniveau en, in voorkomend geval, dat hij met succes de beroepsopleiding heeft gevolgd die in aanvulling op de postsecundaire studiecyclus wordt vereist;
- waaruit blijkt dat de titularis de vereiste beroepskwalificaties bezit om tot het gereglementeerd beroep van landmeter in die Staat te worden toegelaten of om dat beroep uit te oefenen, wanneer de met het diploma, het getuigschrift of de andere titel afgesloten opleiding overwegend in de Europese Gemeenschap of de Europese Economische Ruimte is genoten of wanneer de titularis ervan een driejarige beroepservaring heeft opgedaan, gewaarmerkt door de Staat die een diploma, een getuigschrift of een andere titel van een derde land heeft erkend.
Alle diploma's, getuigschriften en andere titels, dan wel elk geheel van dergelijke diploma's, getuigschriften en andere titels die door een bevoegde autoriteit in een Staat zijn afgegeven, worden gelijkgesteld met een diploma indien daarmee een in de Europese Gemeenschap of de Europese Economische Ruimte gevolgde opleiding wordt afgesloten welke door een bevoegde autoriteit in die Staat als gelijkwaardig wordt erkend en daaraan dezelfde rechten inzake toegang tot de uitoefening van het gereglementeerd beroep van landmeter zijn verbonden;
2. indien de betrokkene het beroep van landmeter voltijds heeft uitgeoefend gedurende twee jaar tijdens de voorafgaande tien jaren in een andere Staat waar dit beroep niet gereglementeerd is, een diploma :
- afgegeven door een bevoegde autoriteit in een Staat;
- waaruit blijkt dat de titularis met succes een postsecundaire studiecyclus van ten minste drie jaar of een gelijkwaardige deeltijdstudie heeft gevolgd aan een universiteit of een instelling van hoger onderwijs of een andere instelling van hetzelfde opleidingsniveau in een Staat en, in voorkomend geval, dat hij met succes de beroepsopleiding heeft gevolgd die in aanvulling op de postsecundaire studiecyclus wordt vereist;
- en die hem op de uitoefening van dit beroep heeft voorbereid.
De beroepservaring van twee jaar mag echter niet worden geëist wanneer de aanvrager houder is van een diploma dat een opleiding heeft afgesloten die rechtstreeks gericht is op de uitoefening van het beroep van landmeter.
Alle titels, dan wel elk geheel van titels die door een bevoegde autoriteit in een Staat zijn afgegeven, worden met het diploma gelijkgesteld, indien daarmee een in de Europese Gemeenschap of de Europese Economische Ruimte gevolgde opleiding wordt afgesloten welke door de Staat als gelijkwaardig is erkend, mits de andere Staten en de Europese Commissie van deze erkenning in kennis zijn gesteld.
De diploma's waarvan sprake is in de bovenvermelde a) tot e) moeten worden uitgereikt door onderwijs- of opleidingsinstellingen georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door het Rijk of de Gemeenschappen;
2° de eed hebben afgelegd waarvan sprake in artikel 7.

Art. 3. Tot de beroepswerkzaamheid van landmeter-expert in de zin van deze wet behoren de volgende werkzaamheden :
1° het afpalen van terreinen;
2° het opmaken en ondertekenen van plannen die moeten dienen voor een grenserkenning, voor een mutatie, voor het regelen van gevallen van gemeenheid en voor gelijk welke akte of proces-verbaal, welke in een identificeren van grondeigendom voorzien en welke ter hypothecaire overschrijving of inschrijving kunnen worden voorgelegd.
De uitoefening van de in dit artikel beschreven beroepsactiviteit valt eveneens onder de bevoegdheid van de landmeters in overheidsdienst bij de uitoefening van hun opdrachten als ambtenaar.

Art. 4. § 1. Niemand mag in de hoedanigheid van zelfstandige in hoofd- of bijberoep, het beroep van landmeter-expert uitoefenen als hij niet voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 2 van deze wet en bovendien niet is ingeschreven op het in artikel 3 van de wet van 11 mei 2003 tot oprichting van Federale Raden van landmeters-experten bedoelde tableau.
§ 2. De in § 1 vermelde personen sturen de Federale Raad van landmeters-experten, via een aangetekende brief, een voor echt verklaard afschrift van hun titel.
§ 3. De aanvragers kunnen slechts hun activiteit als zelfstandig landmeter-expert of als bediende uitoefenen zo er geen belangenconflict, conflict inzake onverenigbaarheid of oneerlijke concurrentie bestaat. Deze gevallen worden gedefinieerd in de voorschriften inzake de plichtenleer bedoeld in artikel 8, § 1, en door de regels inzake onverenigbaarheid die reglementair zijn vastgelegd voor de uitoefening van andere beroepen.
§ 4. De inschrijving is onderworpen aan een jaarlijks te betalen recht, waarvan het bedrag, niet terugbetaalbaar, wordt vastgesteld door de minister bevoegd voor de Middenstand. De landmeter die zijn inschrijvingsrecht niet betaalt, wordt geschrapt van het in artikel 3 van de wet van... tot oprichting van Federale Raden van landmeters-experten bedoelde tableau.
§ 5. De personen die op het tableau zijn ingeschreven kunnen hieruit op eigen initiatief en op elk moment weggelaten worden.
Zij zijn verplicht om de Federale Raad van landmeters-experten, binnen dertig dagen en via een aangetekende brief, op de hoogte te brengen van iedere wijziging of uitbreiding van hun beroepswerkzaamheid als landmeter-expert tot een andere activiteit als zelfstandige, loontrekkende of ambtenaar.

Art. 5. Indien het beroep van landmeter wordt uitgeoefend in vennootschapsvorm, moeten de loontrekkende landmeters werken onder de controle en de verantwoordelijkheid van een zelfstandige landmeter die is ingeschreven op het in artikel 3 van de wet van 11 mei 2003 tot oprichting van Federale Raden van landmeters-experten bedoelde tableau.
Zo de landmeter-expert de in artikel 3 bedoelde activiteiten statutair als loontrekkende uitoefent, zonder dat hij onder de verantwoordelijkheid of onder het toezicht valt van een landmeter-expert die ingeschreven staat op het tableau van de Federale Raden van landmeters-experten, moet die landmeter-expert zich alsnog op voormeld tableau laten inschrijven; dientengevolge behoort de betrokken landmeter-expert een zelfde verantwoordelijkheid op te nemen en kan hij in een zelfde mate op zijn handelingen worden aangesproken als de zelfstandige landmeter-expert.

Art. 6. De houders van een in artikel 2, 1°, eerste lid, h , bedoeld diploma hebben het recht om gebruik te maken van hun titel van wettige opleiding van de Staat van oorsprong of van herkomst en eventueel van de afkorting ervan, in de taal van deze Staat. In dit geval moet naast deze titel ook de naam en de plaats van de instelling of de examencommissie die deze heeft uitgereikt, worden vermeld.

Art. 7. § 1. Belgen leggen de eed bedoeld in artikel 2, 2°, in de volgende bewoordingen af :
« Ik zweer trouw aan de Koning, gehoorzaamheid aan de Grondwet en aan de wetten van het Belgische volk, en ik zweer de opdrachten die mij als landmeter-expert zullen worden toevertrouwd, in eer en geweten getrouw te vervullen. »
Personen van vreemde nationaliteit leggen de eed in de volgende bewoordingen af :
« Ik zweer de opdrachten die mij als landmeter-expert zullen worden toevertrouwd in eer en geweten getrouw te vervullen volgens de voorschriften van de Belgische wet. »
Belgen en vreemdelingen die hun woonplaats in België hebben, leggen de eed af voor de rechtbank van eerste aanleg van hun woonplaats. Onderdanen van een lidstaat van de Europese Gemeenschap of van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte leggen de eed af voor de rechtbank van eerste aanleg van hun keuze.
Van de eedaflegging moet de landmeter-expert in alle door hem afgegeven akten melding maken, in de volgende termen :
« Landmeter-expert, beëdigd door de Rechtbank van eerste aanleg te... ».
§ 2. De landmeters-experten die zijn ingeschreven op het tableau bedoeld in artikel 3 van de wet van 11 mei 2003 tot oprichting van Federale Raden van landmeters-experten, leggen de eed af op voorlegging van een attest waaruit blijkt dat zij zijn ingeschreven. Zij sturen, via een aangetekende brief, binnen zestig dagen na hun eerste inschrijving, aan de Federale Raad van landmeters-experten een voor echt verklaard afschrift van het proces-verbaal van hun eedaflegging, zulks op straffe van hun schrapping van het tableau.
De landmeters-experten die als werknemer of in overheidsdienst het beroep wensen uit te oefenen en de beroepstitel wensen te voeren, leggen de eed af op voorlegging van een titel als bedoeld in artikel 2, 1°, van deze wet.
§ 3. De personen die de eed hebben afgelegd als bedoeld in artikel 2 van de wet van 6 augustus 1993 betreffende de opheffing van het koninklijk besluit van 31 juli 1825 houdende bepalingen nopens de uitoefening van het beroep van landmeter, worden geacht de in dit artikel vermelde eed te hebben afgelegd.

Art. 8. § 1. De zelfstandige landmeter-expert is verplicht zich te houden aan de voorschriften inzake de plichtenleer, vastgesteld bij een koninklijk besluit, na advies van de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen.
§ 2. Indien bewezen is dat hij aan zijn plichten is tekortgekomen, is de zelfstandige landmeter-expert strafbaar met de volgende tuchtstraffen :
a) de waarschuwing;
b) de berisping;
c) de schorsing voor een maximumtermijn van twee jaar;
d) de schrapping.

HOOFDSTUK III. - Overgangsbepalingen

Art. 9. § 1. Onverminderd de toepassing van artikel 2, 1°, mogen de personen die, met toepassing van het koninklijk besluit van 18 januari 1995 tot bescherming van de beroepstitel en de uitoefening van het beroep van gezworen landmeter-expert, werden ingeschreven op de lijst van beoefenaars bedoeld in artikel 17, § 5, van de kaderwet van 1 maart 1976 tot reglementering van de bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van de dienstverlenende intellectuele beroepen, de voorlegging van een voor echt verklaarde kopie van hun titel, als bedoeld in artikel 4, § 2, tot staving van hun verzoek om inschrijving op het tableau van de beoefenaars van het beroep, vervangen door het bewijs van hun inschrijving op de voornoemde lijst.
§ 2. De personen die, op de datum waarop deze wet in werking treedt, het beroep van zelfstandig landmeter-expert uitoefenen en die houder zijn van een van de in artikel 2, 1°, bedoelde titels of ingeschreven zijn op de lijst van beoefenaars waarvan sprake in § 1 van dit artikel, zijn gemachtigd om, bij wijze van overgang, verder hun beroep uit te oefenen of er de titel van te voeren tot de beslissing van de Federale Raad of de Federale Raad van beroep van landmeters-experten gevallen is. Om voor deze overgangsmaatregel in aanmerking te komen dienen zij hun aanvraag om inschrijving te doen binnen zestig dagen nadat deze wet in werking is getreden.
§ 3. De provisies bedoeld in artikel 17, § 2, van de kaderwet van 1 maart 1976 tot reglementering van de bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van de dienstverlenende intellectuele beroepen en betaald in uitvoering van het koninklijk besluit van 18 januari 1995 tot bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van het beroep van gezworen landmeter-expert worden in de Schatkist gestort. Zij worden afgetrokken van het in artikel 4, § 4, van deze wet bedoelde inschrijvingsrecht.

HOOFDSTUK IV. - Strafbepalingen

Art. 10. Wie de artikelen 2 en 4 overtreedt, wordt gestraft met geldboete van 5 tot 25 euro.

Art. 11. Boek I van het Strafwetboek is, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, van toepassing op de in deze wet bepaalde inbreuken.

Art. 12. Onverminderd de bevoegdheid van de officieren van gerechtelijke politie, worden het personeel van de politie en de ambtenaren en agenten, te dien einde door de Koning aangewezen op voorstel van de minister die de Middenstand onder zijn bevoegdheid heeft, belast met het opsporen en vaststellen in processen-verbaal van de inbreuken op deze wet.
Deze processen-verbaal zijn rechtsgeldig tot bewijs van het tegendeel. Zij worden onverwijld toegezonden aan de bevoegde ambtenaren van het openbaar ministerie; een afschrift ervan wordt gezonden aan de overtreder binnen zeven werkdagen te rekenen vanaf de vaststelling der inbreuken, dit alles op straf van nietigheid.

HOOFDSTUK V. - Opheffingsbepalingen

Art. 13. § 1. Opgeheven worden met uitwerking op 7 maart 1995 :
- het koninklijk besluit van 1 december 1921 houdende wijzigingen aan de beschikkingen, rakende de uitoefening van het beroep van landmeter;
- het koninklijk besluit van 18 mei 1936 dat betrekking heeft op het beroep van meetkundige-schatter van onroerende goederen.
§ 2. De wet van 6 augustus 1993 betreffende de opheffing van het koninklijk besluit van 31 juli 1825 houdende bepalingen nopens de uitoefening van het beroep van landmeter en het koninklijk besluit van 18 januari 1995 tot bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van het beroep van gezworen landmeter-expert worden opgeheven.

HOOFDSTUK VI. - Inwerkingtreding

Art. 14. De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van de bepalingen van deze wet.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 11 mei 2003.

ALBERT

Van Koningswege :

De Minister belast met Middenstand,

R. DAEMS
Met 's Lands zegel gezegeld :

De Minister van Justitie,

M. VERWILGHEN


Nota's

(1) Gewone zitting 2002-2003.
Parlementaire stukken. - Wetsontwerp, nr. 50-2152/1. - Amendementen, nr. 50-2152/2 tot 4. - Verslag, nr. 50-2152/5. - Tekst aangenomen door de Commissie, nr. 50-2152/6. - Amendementen voorgesteld na indiening van het verslag, nr.50-2152/7 en 8. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, nr. 50-2152/9. - Erratum, nr. 50-2152/10.

Handelingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers :
Integraal verslag : 19 en 20 maart 2003.

Senaat.
Parlementaire stukken. - Ontwerp geëvoceerd door de Senaat, 2-1554/1. - Verslag, nr. 2-1554/2. - Beslissing om niet te amenderen, nr. 2-1554/3.

5


11 MEI 2003. - Wet tot oprichting van federale raden van landmeters-experten (1) - (publicatie in B.S. 06/06/2003)

ALBERT II, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :

HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling

Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

HOOFDSTUK II. - De Federale Raad van landmeters-experten

Art. 2. Er wordt een Federale Raad van landmeters-experten opgericht, onderverdeeld in een Nederlandstalige en een Franstalige Kamer. Elk van deze zijn samengesteld uit een werkend voorzitter en diens plaatsvervanger, door de Koning benoemd onder de werkende of eremagistraten of onder de advocaten die regelmatig ingeschreven zijn op het tableau van de Orde. Elke Kamer omvat daarenboven een werkend assessor en een plaatsvervanger, benoemd door de minister die bevoegd is voor Middenstand onder zijn ambtenaren, alsook twee werkende assessoren en twee plaatsvervangers, landmeters-experten, die benoemd worden door de minister die bevoegd is voor Middenstand, op voorstel van de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de Kleine en Middelgrote ondernemingen.
Bij staking van stemmen beslist de stem van de voorzitter.
Elke Kamer wordt bijgestaan door een griffier die benoemd wordt door de minister die bevoegd is voor Middenstand.
De Federale Raad van landmeters-experten is samengesteld voor een termijn van zes jaar. De zetel is gevestigd te Brussel.
De procedure voor de Kamers, de termijnen, het huishoudelijk reglement en het bedrag van het presentiegeld dat wordt toegekend aan de voorzitters en aan de leden die geen ambtenaar zijn, worden door de Koning vastgesteld.
Tegen iedere beslissing van een Kamer kan een hoger beroep worden ingesteld bij de in artikel 5 vermelde Federale Raad van beroep.

Art. 3. De Federale Raad van landmeters-experten houdt het tableau bij van de beoefenaars van het beroep die voldoen aan de voorwaarden vermeld in artikel 2, 1°, van de wet van 11 mei 2003 tot bescherming van de titel en van het beroep van landmeter-expert en die als zelfstandige het beroep van landmeter-expert willen uitoefenen of de beroepstitel willen voeren.

Art. 4. § 1. De Kamers hebben tot taak :
- uitspraak te doen over de aanvragen tot inschrijving op het in artikel 3, bedoelde tableau dat zij bijhouden en elk jaar publiceren;
- ervoor te zorgen dat de bepalingen van deze wet worden nageleefd en elke inbreuk aan te geven bij de gerechtelijke overheid;
- te waken over de toepassing van de voorschriften van de plichtenleer en uitspraak in tuchtzaken te doen.
§ 2. Hun bevoegdheid is bepaald door de plaats waar de aanvrager zijn beroep voor het eerst zal uitoefenen of later door de plaats waar zijn hoofdvestiging zich bevindt.
Indien deze plaats gelegen is in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, zal deze bevoegdheid afhangen van de taal die werd gebruikt in de aanvraag.
Indien deze plaats gelegen is in het Duitse taalgebied, heeft de aanvrager de keuze tussen de Nederlandstalige Kamer of de Franstalige Kamer. Hij kan zich tijdens de zitting laten bijstaan door een tolk naar keuze.

HOOFDSTUK III. - De Federale Raad van Beroep van landmeters-experten

Art. 5. Er wordt een Federale Raad van beroep van de landmeters-experten opgericht, die is onderverdeeld in een Nederlandstalige en een Franstalige Kamer. Elke Kamer bestaat uit een werkend voorzitter en diens plaatsvervanger, door de Koning benoemd onder de werkende of eremagistraten of onder de advocaten die sedert ten minste tien jaar regelmatig zijn ingeschreven op het tableau van de Orde. Verder omvat elke Kamer een werkend assessor en een plaatsvervanger, benoemd door de minister die bevoegd is voor Middenstand onder zijn ambtenaren die ten minste tot rang 13 behoren, alsook twee werkende assessoren en twee plaatsvervangers, landmeters-experten, benoemd door de Minister die bevoegd is voor Middenstand op voorstel van de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de K.M.O.
Bij staking van stemmen beslist de stem van de voorzitter.
Elke Kamer wordt bijgestaan door een griffier, die benoemd wordt door de Minister die bevoegd is voor Middenstand.
Zij doen uitspraak over de beroepen ingesteld tegen de beslissingen van de Kamers van de Federale Raad van hun voertaal, of tegen het uitblijven ervan.
Hun beslissingen kunnen voor het Hof van Cassatie worden gebracht wegens schending van de wet of wegens schending van substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen.
In geval van cassatie wordt de zaak verwezen naar de anders samengestelde Kamer. Deze schikt zich naar de beslissing van het Hof van Cassatie op de door dit Hof beoordeelde rechtspunten. De rechtspleging van voorziening in cassatie wordt geregeld zoals in burgerlijke zaken; de termijn voor het instellen van de voorziening is één maand te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing.
De Federale Raad van beroep is samengesteld voor een termijn van zes jaar. De zetel is gevestigd te Brussel.
De procedure voor de Kamers, de termijnen, het intern reglement en het bedrag van het presentiegeld dat wordt toegekend aan de voorzitter en aan de assessoren die geen ambtenaar zijn, worden door de Koning vastgesteld.
Om beroep aan te tekenen tegen een inschrijving op het tableau van de titularissen, kunnen de beslissingen die in beroep werden genomen, in hoger beroep bij de Raad van State worden aangevochten.

HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding

Art. 6. De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van de bepalingen van deze wet.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 11 mei 2003.

ALBERT

Van Koningswege :

De Minister belast met Middenstand,

R. DAEMS

Met 's Lands zegel gezegeld :

De Minister van Justitie,

M. VERWILGHEN


Nota's

(1) Gewone zitting 2002-2003.
Parlementaire stukken. - Wetsontwerp, nr. 50-2151/1. - Amendement, nr. 50-2151/2. - Verslag, nr. 50-2151/3. - Tekst aangenomen door de Commissie, nr. 50-2151/4. - Amendementen voorgesteld na indiening van het verslag, nr. 50-2151/5 en 6. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, nr. 50-2151/7. - Erratum, nr. 50-2151/8.

Handelingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers :
Integraal verslag : 19 en 20 maart 2003.

Senaat.
Parlementaire stukken. - Ontwerp overgezonden door de Kamer, nr. 2-1553/1. - Verslag, nr. 2-1553/2. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd, nr. 2-1553/3.

 

Afdrukken E-mail

Copyright © 2015 KCLE CRGE Tous droits réservés. Website Designed by ST-EVENT IT SOLUTIONS